Waterdoop vs kinderdoop

Er is vaak veel discussie over de kinderdoop, waterdoop en besnijdenis. De één vindt dit, de ander vindt dat. Hieronder proberen we uit te leggen wat er in de bijbel staat over deze onderwerpen. We willen hiermee geen oordeel vellen, maar wel het bijbels onderwijs erover delen. Aan het einde vragen we je ook een gebed uit te spreken.

1. Wat is er op de kinderdoop tegen?

De doop moet voorafgegaan worden door geloof: “Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden” (Marcus 16:16). “Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd” (Handelingen 8:37).
De doop moet voorafgegaan worden door bekering: “Bekeert u en laat u dopen” (Handelingen 2:38).
De doop is een zich bekleden met Christus. (Galaten 3:27). Dit kan een baby niet doen, zijn geestelijke ontwikkeling staat nog op het beginpunt.
De doop is “een bede van een goed geweten tot God” (1 Petrus 3:21). Een baby kan nog niet bidden.
De doop is een daad van de persoon zelf. Men moet zich laten dopen. Men neemt deze beslissing zelf. Zie boven aangehaalde teksten.

2. Toch zijn er heel veel mensen, die voorstander zijn van de kinderdoop. Hoe is dat te verklaren?

De kinderdoop is een dwaling die de kerk is binnengeslopen. Ze kan echter in geen enkel opzicht op grond van de Bijbel verdedigd worden.

3. Toch hoort men vaak beweren, dat de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen is. Is dat dan niet waar?

Nergens in de Bijbel staat, dat de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen is. Het is een bewering van mensen, doch niet het Woord van God.

4. Maar in het Oude Testament werden de kinderen toch besneden en ontvingen op die manier het teken van het verbond met God.

De Israëlische jongetjes van acht dagen oud werden besneden. De meisjes uiteraard niet. Hier gaat de vergelijking met de doop dus al mank. Want bij de kinderdoop doopt men zowel jongens als meisjes.

5. Wat is eigenlijk dat verbond tussen God en Abraham?

We lezen hiervan in Genesis 17:1-8. Hierbij beloofd God aan Abram drie dingen:

God zal ook de God zijn van zijn nageslacht.
God zal zijn nageslacht uitermate talrijk maken.
Zijn nageslacht ontvangt het land Kanaän tot een altoosdurende bezitting.
Als teken van dit verbond moesten de Israëlische jongetjes besneden worden. Wie zegt dat de doop in plaats van de besnijdenis gekomen is, moet bovenstaande beloften op zichzelf en zijn kinderen toepassen. Hij zou moeten emigreren naar Kanaän. Een consequentie konsekwentie die geen enkele kinderdoper aanvaardt.

6. Maar wat betekent dan Colossenzen 2 vers 11 en 12: “In Hem (Christus) zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop.” Hier worden toch doop en besnijdenis in één adem genoemd?

Hier wordt gesproken over een besnijdenis “die geen werk van mensenhanden is”. “Het afleggen van het lichaam des vlezes”. Dit slaat op de bekering. Ook in het Oude Testament komt dit ter sprake: “Besnijdt u voor de Here en doet weg de voorhuid van uw hart”. (Jeremia 4:4). “Besnijdt dan de voorhuid uws harten en weest niet meer hardnekkig” (Deuteronomium 1:16).

7. Maar er staat toch in de Bijbel, dat de kinderen van een gelovige heilig zijn? “Want de ongelovige man is geheiligd in zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd in de man. Anders zouden immers uw kinderen onrein zijn, doch nu zijn zij heilig” (1 Corinthiërs 7:14).

Er staat wel dat ze heilig zijn, maar niet dat ze zich moeten laten dopen. Als dat zo was, zou de ongelovige echtgenoot ook gedoopt moeten worden. En dat zal wel niemand willen doen.

8. We lezen in het Nieuwe Testament verschillende keren over gezinnen die gedoopt werden. Zouden daar nu nooit kinderen bij geweest zijn? Neem bijvoorbeeld het huisgezin van Lydia. (Handelingen 16:15).

In Handelingen 16:15 wordt gesproken over “huis”, niet over “huisgezin”. Van een echtgenoot van Lydia lezen we nergens. Misschien is ze niet getrouwd geweest. In datzelfde vers zegt ze: “Neemt dan uw intrek in mijn huis.” In “mijn” huis, niet in “ons” huis. Het ligt voor de hand dat ze ongetrouwd was en dat haar huisgenoten leden waren van haar personeel, werkzaam in haar purperzaak.

9. En het gezin van Stephanus dan, dat door Paulus gedoopt is (1 Corinthiërs 1:16)?

In dezelfde brief schrijft Paulus over dit gezin (hoofdstuk 16:15): “Gij weet van het huis van Stephanus, dat het een eersteling van Achaje is en dat zij zich ten diensten van de heiligen gesteld hebben. Stelt u dan onder zulke mensen,”. Niet alleen Stephanus zelf, het hoofd van het gezin maar ook de andere gezinsleden hebben zich ten diensten van de heiligen gesteld. Om die reden kunnen ze een zeker gezag uitoefenen. Natuurlijk kunnen hier niet anders dan volwassenen bedoeld zijn.

10. En het gezin van de gevangenbewaarder te Filippi? We lezen (Handelingen 16:33): “,en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen;”. Zouden daar nu beslist geen kinderen bij geweest zijn?

Misschien wel. Maar in elk geval waren die kinderen groot genoeg om tot geloof in de Here te komen, want er staat in het volgende vers: “, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het geloof in God gekomen was”.

11. Doen we de kinderen niet tekort als we ze de doop onthouden?

Het spreekt vanzelf dat ieder ouder het beste zoekt voor zijn kinderen, in de eerste plaats in geestelijk opzicht. Maar dat betekent niet dat we ze moeten laten dopen. Want dan overtreden we het gebod van God. Dan doen we dingen die God niet geboden heeft. Dan dopen we hen die nog niet gedoopt mogen worden. Dat is eigenwillige godsdienst en voor God verwerpelijk.

12. Horen de kleine kinderen er dan helemaal niet bij?

Ja, wel degelijk. Jezus zegt zelf: “Laat de kinderen tot Mij komen” (Marcus 10:14). Hij stelde ze zelfs tot voorbeeld voor de volwassenen. Hij omarmde ze en zegende ze. Maar Hij doopte ze niet.

13. Dus de kleine kinderen horen wel degelijk bij het volk van God?

Zeer zeker. In de gemeenten, waar men de bijbelse doop in praktijk brengt en dus geen kleine kinderen doopt, draagt men ze aan de Here op. De ouders brengen hun baby mee naar de samenkomst en hier wordt het kind aan de Here opgedragen, onder gebed en het zingen van een lied. Vaak wordt bij die gelegenheid de geschiedenis uit de Bijbel voorgelezen, hoe Jezus de kinderen zegende.

14. Om nog eens terug te komen op wat we nu over de doop bespraken; eigenlijk komt het er op neer dat iemand die als baby is besprenkeld, volgens de Bijbel niet gedoopt is?

Inderdaad.

15. Wat moet je dan in zo’n geval doen?

In de eerste plaats jezelf afvragen: kom ik in aanmerking om gedoopt te worden? Voldoe ik aan de voorwaarden?

16. Welke zijn de voorwaarden?

Van ganser harte in de Here Jezus geloven als je persoonlijke Heiland en Heer. (Handelingen 8:37). Je met heel je hart bekeren tot de Here (Handelingen 2:38).

17. En als men aan die voorwaarden heeft voldaan?

Je laten dopen op de bijbelse wijze door algehele onderdompeling.

18. Wie worden behouden?

“Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden.” (Marcus 16:16).

“En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam” (Handelingen 22:16).

Gebed: Vader, ik heb de tekst hierboven gelezen, en ik weet misschien niet zeker of dit juist is. Heer, wilt u mij overtuigen van de waarheid, niet deze woorden, maar Uw waarheid is belangrijk. Heer, ik bid dat u mij duidelijk maakt wat ik hiermee mag/moet doen, zodat niet mijn eigen wil zal regeren in mij, maar Uw volmaakte wil. Heer zegen mij met Uw wijsheid, alstublieft. Amen.